De kracht van het persoonlijke verhaal

Tekst uitgesproken op 4 mei door wethouder Alssema voorafgaand aan de stille tocht en kranslegging te Kloetinge

De musical Soldaat van Oranje, wie is er niet geweest of heeft er niet van gehoord? Al langer in het theater dan de oorlog in Nederland duurde. Het dagboek van Anne Frank, nog steeds een van de meest gelezen boeken ter wereld. Of wat dacht u van de verhalen in Oorlogswinter van Jan Terlouw?

 Het is geen wonder dat deze persoonlijke verhalen over de Tweede Wereldoorlog en de dekolonisatie van Nederlands-Indië zo populair zijn. Ze ontroeren omdat ze over de kern van het leven gaan. Over moed en opoffering. Maar ook over de duistere kanten van de mens. Over de dood en over diep gevoelde ellende, pijn, angst, onmacht en vernedering. Over verraad, leugens en lafheid.

 Persoonlijke verhalen over de geknakte levens van militairen van 19, 20, 21 jaar. Die nooit ouder zijn geworden. Die nooit de kans kregen hun eigen baby vast te houden of hun ouders te begraven. En over de miljoenen die zijn vermoord en niet eens een graf hebben.

Persoonlijke verhalen over de oorlog, elke oorlog, zijn nooit zomaar verhalen, ze staan niet op zichzelf. Er hangt de schaduw overheen van de wereldgeschiedenis.

 Ook vandaag de dag hebben we te maken met wrede groepen die zich schuldig maken aan aanslagen, martelingen, slavernij en massamoord. Op dit moment zijn er zestig miljoen mensen op de vlucht voor geweld, vervolging en oorlog. Van hen is meer dan de helft onder de achttien jaar. Het aantal mensen op de vlucht is sinds de Tweede Wereldoorlog voor het eerst weer boven de vijftig miljoen.

 Deze verhalen van overlevenden, vluchtelingen, soldaten vinden we terug op veel verschillende plaatsen.

Van een voetnoot in een tekst, tot een eigen autobiografie. Zo is in de afgelopen decennia het grote verhaal over de oorlog, de verovering, de veldslagen, de jaartallen, de moorden en de uiteindelijke bevrijding, ingevuld door heel veel ‘kleinere’ verhalen. Samen vormen ze een mozaïek dat het verhaal op een eigen manier verteld. De verhalen doen beseffen hoe het is om in vrijheid te leven, zonder nachtelijke razzia’s, zonder buigen voor een vreemde machthebber.

 Deze verhalen moeten worden verteld, ook zeventig jaar na de oorlog. Steeds vaker zijn de boeken die over de Tweede Wereldoorlog verschijnen, biografieën, familieverhalen en memoires. Waargebeurde persoonlijke geschiedenissen dus.

 De behoefte om het persoonlijke verhaal te vertellen, is begrijpelijk. De Franse historicus en filosoof Ernest Renan stelde dat samen kunnen terugkijken op een gedeeld verleden en bereid zijn ook samen in de toekomst te leven van groot belang is!

In het boek van Golda Meir, Mijn leven heet dit boek, komt dit prachtig naar voren. Daarin wordt verteld hoe vlak na de oorlog, op de stranden bij Tel Aviv de schepen arriveerden met de overlevenden uit de kampen. En hoe jongens en meisjes die in het nieuwe land waren geboren, de wilde zee inliepen ‘en hun leven riskeerden’. ‘Ze waadden door de golven om de boten te bereiken en droegen de Joden op hun schouders aan wal. En uit de mond van de Joden die werden gedragen, heb ik gehoord hoe ze voor het eerst huilden; na alles wat ze zeven jaar lang in Europa hadden doorstaan.’

 Vertel de verhalen, zoals het verhaal van kapitein Gustav. Die in 1939 met zijn boot genaamd St. Louis de haven van Hamburg verliet. Aan boord bijna duizend Joodse opvarenden. Zij zochten naar een land dat hen asiel en een toekomst wilde geven, buiten het bereik van het naziregime. Cuba weigerde hen, Amerika ook, en daarna Canada, Paraguay, Colombia en Argentinië. Het schip keerde uiteindelijk noodgedwongen terug naar Europese bodem. Na de oorlog bleek dat van de teruggekeerde passagiers minstens tweehonderdvijftig waren omgekomen of vermoord in een concentratie- of vernietigingskamp.

Vertel die persoonlijke verhalen elk jaar op 4 mei, in elke stad, elk dorp, elke gemeente. Heeft niet elke familie haar eigen verhaal, uitvergroot of niet? Soms heeft iemand een ‘tik’ overgehouden aan de oorlog, zoals de vader, die laarzen niet kon weerstaan omdat hij als student zag hoe gelaarsde agenten de Joden in Amsterdam uit hun huizen haalden. Of zoals de schoonmaakwoede van een moeder die de concentratiekampen heeft overleefd.

 Ook krampachtig zwijgen is een verhaal. Niet kunnen praten over de vermoorde familie, een nooit teruggekeerde geliefde. Of uit schaamte. Of vanwege een muur van onbegrip bij familie of vrienden die het allemaal niet hebben meegemaakt.
De beroemde dichtregel van Leo Vroman ‘Kom vanavond met verhalen’ is niet alleen een hartekreet, maar ook een opdracht.

 28 augustus 1963. Op die dag organiseerden de zes grootste burgerrechtenorganisaties in de Verenigde Staten een Mars in Washington voor Werk en Vrijheid. Er waren tussen de 200.000 en 300.000 mensen aanwezig. Het is nog steeds één van de grootste protestmarsen ooit gehouden.

Aan het einde van de mars, bij het Lincoln Memorial, kwamen achttien sprekers aan het woord. Zeventien daarvan zijn we vergeten. Maar de toespraak van Dr. Martin Luther King klinkt door tot op de dag van vandaag.

Het persoonlijke verhaal van King was voorbereid, maar terwijl hij sprak, riep iemand “Vertel over de droom!”. En week hij af van zijn tekst.

I have a dream! De droom die Martin Luther King voor ogen stond was de droom van vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid en broederschap.

Hij zei in zijn toespraak: “Hoewel wij de moeilijkheden van vandaag en morgen het hoofd moeten bieden, heb ik nog steeds een droom.”

Ik vraag u nu vanavond hier in Kloetinge; heeft u dromen als het om vrijheid gaat? Hebben wij gezamenlijk een droom? Zijn wij bereid om die droom na te jagen, om haat af te wijzen en daarvoor de verhalen te blijven vertellen?

 Want zonder gedeelde geschiedenis geen gedeelde toekomst. We moeten de verhalen blijven vertellen, blijven delen. Tot alle getallen weer zijn veranderd in namen.

 

Dat is de waarde van gedenken.