De oude schuitvaart tussen Goes en Kloetinge en Kapelle (2)

Vanuit landschappelijk oogpunt is het deel van de schuitvaart aan de westkant van het Noordeinde het meest boeiende. Daar bevond zich de Hemberg, één van de ongeveer tien oorspronkelijke vliedbergen binnen de ambachtsheerlijkheid Kloetinge. Langs de noordkant van de Hemberg liep de schuitvaart oostwaarts verder naar het schuitvlot ten zuiden van 't Ouwe Veerhuus, het eindpunt in de parochie van Kloetinge. De wat later aangelegde schuitvaart van Kloetinge naar Kapelle boog juist hiervoor noordwaarts af langs de westkant van het Overhof richting het Hoge Pad. Op bijgaande pentekening van J. Reynhout uit 1624 is de Hemberg nog in volle omvang aanwezig1). De precieze locatie is het stuk tuin ten zuidoosten van de bebouwing aan Schalklaan 2 (foto vanaf het erf van het Overhof op Noordeinde 4).

Dwars door de Bijgang lag alleen de eerste 400 meter van de schuitvaart strak tegen de noordkant van het Langedijkje aan. Zo halverwege Tervaten, aan de oostkant van het huidige Wesselopark, werd het bestaande slotenstelsel verder gevolgd en dat bracht een korte knik naar het noorden met zich mee.

HET KASTEEL AAN HET NOORDEINDE (I)

Kapelle telde in de Middeleeuwen maar liefst vier kastelen. Hoe zat het dan met Kloetinge, de grootste ambachtsheerlijkheid op Zuid-Beveland? Rond 1955 schreef dhr. Blok hierover: “Uit het oude Cloetinge kunnen we vertellen dat er een huis bij het dorp gestaan heeft dat bewoond werd door de Heren van Cloetinge, een geslacht dat reeds in 1250 uitstierf. Met “huis” wordt hier bedoeld een stenen huis in tegenstelling met de toen algemeen, gebruikelijke houten behuizingen. Het moet een Ridderhofstede geweest zijn, die misschien aan het Noordeinde achter de tegenwoordige hofstede Slot Ravenstein gestaan heeft op een weilandje, dat nu nog door een ringsloot omgeven en binnen het Langedijkje gelegen is”. Op de topografische kaart uit 1857 valt te zien dat er zo'n 150 jaar geleden in de zuidoosthoek van het weilandje nog een behoorlijke waterpartij aanwezig was (Afb. 1).

Voor de boeren uit de dorpen bij Goes, die aan het eind van de Middeleeuwen hun producten op de dinsdagmarkt van de stad wilden verhandelen, waren het 's winters vaak moeilijke tijden. Het waterschap De Brede Watering bewesten Yerseke bestond toen al, maar kon niet verhinderen dat de onbestrate wegen vaak onbegaanbaar waren door de slechte afwatering. Vervoer per schuit was toen vaak de enige mogelijkheid de markt te kunnen bereiken. De oudste vermelding van een watering tussen Kloetinge en Goes dateert van 20 juni 1445 toen hertog Filips van Bourgondië de vrijheid gaf aan die van Kloetingen dat zij de watering tusschen Kloetingen en der Goes mogen diepen en verwijden1.