HET KASTEEL AAN HET NOORDEINDE (I)

Kapelle telde in de Middeleeuwen maar liefst vier kastelen. Hoe zat het dan met Kloetinge, de grootste ambachtsheerlijkheid op Zuid-Beveland? Rond 1955 schreef dhr. Blok hierover: “Uit het oude Cloetinge kunnen we vertellen dat er een huis bij het dorp gestaan heeft dat bewoond werd door de Heren van Cloetinge, een geslacht dat reeds in 1250 uitstierf. Met “huis” wordt hier bedoeld een stenen huis in tegenstelling met de toen algemeen, gebruikelijke houten behuizingen. Het moet een Ridderhofstede geweest zijn, die misschien aan het Noordeinde achter de tegenwoordige hofstede Slot Ravenstein gestaan heeft op een weilandje, dat nu nog door een ringsloot omgeven en binnen het Langedijkje gelegen is”. Op de topografische kaart uit 1857 valt te zien dat er zo'n 150 jaar geleden in de zuidoosthoek van het weilandje nog een behoorlijke waterpartij aanwezig was (Afb. 1).

Dhr. Blok: “Een ander “Huis” stond in de Smallegangsehoek in Abbekinderen. Deze ridderhofstede brandde in 1560 af. Op dit huis woonde de familie van de schrijver van de bekende Cronijk van Zeeland (1695)”. Aangezien Smallegange geen enkel woord wijdde aan een tweede kasteel in Kloetinge, is het bestaan hiervan lange tijd ongewis gebleven. Twee bronnen uit het begin van de 19e eeuw maakten gewag van een eertijds kasteel of versterkt huis ten noorden van het dorp1, maar pas de afgelopen jaren is meer duidelijkheid verkregen. Bodemonderzoek in 2002 en 2003 heeft aangetoond dat er inderdaad een kasteel op het door dhr. Blok genoemde weilandje heeft gestaan en tevens dat het omgeven was door een droge en een natte gracht2,3. Kasteel is misschien wel een groot woord want uit het bodemonderzoek bleek dat de funderingen niet meer dan een omtrek van circa 25 bij 35 meter besloegen (Afb. 2). Geconcludeerd werd dat er daarom beter gesproken kan worden van een versterkte, verdedigbare hofstede. De stichting ervan zou plaatsgevonden hebben in de eerste helft van de 14e eeuw, maar er zijn aanwijzingen dat het gebied daarvoor al bewoond werd.

In 2007 werd een bijzonder boekwerk4 uitgegeven, het “Cartularium van de heren van Veere uit het geslacht van Borsele 1282-1481, 1555”. Hierin komt Kloetinge veelvuldig voor, met voor ons doel een belangrijke oorkonde uit 1453 die niets aan onduidelijkheid meer overlaat. De vertaalde tekst hiervan luidt namelijk beknopt: Klaas Hijmanszoon, geestelijke en openbaar notaris, oorkondt dat Gillis Klaaszoon uit Cloetingen aan Hendrik II van Borsele, heer van Veere enz., heeft verkocht een omgracht (“circunvallata”) kasteeltje (“quoddam fortilicium”) met aangrenzende huiserven, gelegen binnen der portgraft van Cloetingen. Dat het kasteeltje toen al geruime bestond blijkt uit de zinsnede “als ic Gillis zelve ende mijn voirvaders, heeren tot Waenskinderen, die tot desen daghe toe beseten ende gebruyct hebben binnen der portgraft van Cloetingen”.

 Afbeelding 1. Kaart uit 1857 met links van de “K” een waterpartij (Website watwaswaar.nl)